Royal Navy Section Belge    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Na de invasie van mei 1940 verlaten onze vissers Oostende, Blankenberge, Heist, Zeebrugge en Nieuwpoort om zich langs de Franse en Britse kusten te vestigen. De Britse Admiraliteit eist er achtenveertig op van 28 mei tot 4 juni 1940, om het Brits expeditiekorps uit Duinkerken te evacueren (« Operatie Dynamo »). Sommige visserschepen maken meerdere malen de oversteek, ondanks de vijandelijke luchtaanvallen en bombardementen. Zo brengt bijvoorbeeld de stomer « Julia » 1.007 manschappen terug naar Engeland, de vissersboot « Guido Gezelle », 403 en de « Marechal Foch » bijna 300. De zelfverloochening van deze zeelui tijdens die operatie laat aldus toe ongeveer 4300 geallieerde soldaten van gevangenschap te redden.

Eind juni vervoegen 280 visserschepen en 1.200 vissers de havens op de zuidkust van Engeland : Brixham, Fleetwood, Newlyn, Swansea, Milfordhaven en Cardiff. Ongeveer de helft van onze vissersvloot wordt ter beschikking gesteld van de Royal Navy voor het uitvoeren van patrouilles op zee, het bewaken van de antimijnnetten en het verzekeren van de « Balloon Barrage » en dit tot het einde van de oorlog.

Het Ministry of War Transport eist onze mailboten op om ze in te zetten als troepentransport, bij de ontscheping en voor de bevoorrading.

De Belgische Regering, die de capitulatie van ons land weigert, stelt zich weer samen in Londen, in oktober, en richt er de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië op om van het gastland het statuut van oorlogsvoerende geallieerde te verkrijgen.

Naar aanleiding van de verschillende stappen ondernomen door luitenant Victor Billet (1902 – 1942), officier van de Staatsmarine, worden onderhandelingen gevoerd tussen de vertegenwoordigers van de Belgische Regering (de Belgische economische Missie en het Belgian Shipping Advisory Committee) en de Britse Admiraliteit om een Belgische Sectie te integreren in de schoot van de Royal Navy. Er wordt overeengekomen dat de Belgen die dienen in de Royal Navy uitstluitend oorlogsvrijwilligers, burgers of militaire met verlof uit leger zullen zijn.

Op 10 oktober 1940 wordt Victor Billet aangesteld tot Lieutenant RNVR (Royal Navy Reserve) en op 22 oktober komen de eerste rekruten van de Royal Navy Section Belge (RNSB) aan op de basis « HMS Royal Arthur », te Skegness, in Lincolnshire.

Dit trainingskamp zal voor de ganse duur van de oorlog het instructiecentrum voor eerste opleiding worden voor de RNSB. Alle rekruten brengen er vijf weken door vooraleer verschillende opleidingen en vormingen in de technische scholen van de Royal Navy te krijgen (« HMS Drake », « HMS Scotia », « HMS Raleigh »), waarbij iedereen in functie van zijn mogelijkheden een specialtieit toegewezen krijgt (kanonnier, telegrafist, seiner, chauffeur, steward, etc ...).

De kandidaat officieren worden eerst gevormd in het « Royal Naval College » van Greenwich en krijgen nadien hun specialiteit in de wapenscholen : artillerie en torpedos, signalisatie, ontmijning, onderzeebootbesrijding.

In 1941 worden de Belgen van de twee eerste contingenten ingescheept op patrouilleurs en bewapende vissersschepen :

Ř  « Quentin Roosevelt » (van januari tot december 1941) onderdeel van de 24th Anti-Submarine Group in Kirkwall (Orkneys),

Ř  « HMS Raitea », « HMS Sheldon », « HMS Electra II »,

Ř  « HMS Phrontis » (van april 1941 tot juli 1943) toegevoegd aan de Auxiliary Patrol Vessels te Stornoway, in Schotland (Western Approaches Command), 

Ř  « HMS Kernot » (van november 1941 tot 1944) in de schoot van de eenheid « Examination Service Vessels » die de toegang tot de haven van Liverpool verzekert.

Op 3 april 1941 voorziet de uitgave van de Admiralty Fleet Orders n° 1379/41 en 99/42 de inzet van Belgische zeelui in de « Britisch Naval Forces », onder toezicht van admiraal Sir Gerald Charles Dickens K.C.V.O., C.B., C.M.G. (1879 – 1962), Principal British Naval Liaison Officer to Allied Navies. Daarin wordt ook gesteld dat de RNSB zal beschikken over Britse schepen – onder meer korvetten, mijnenvegers en patrouilleurs – die tegelijk de « White Ensign » en de vlag van de Staatsmarine mogen voeren. Zij zal operationeel afhangen van de Britse Admiraliteit en administratief van de Administratie van de Marine (Belgisch Ministerie voor Verbindingen).

Met het bericht 26842/41 van 9 oktober 1941 worden de Belgische officieren overgeplaatst naar de « Royal Navy Reserve (RNR) » in plaats van de « Royal Navy Volunteer Reserve (RNVR) ». De kentekens van de officieren van de Royal Navy Reserve zijn dubbel gegolfd en hebben een ster met zes punten, in plaats van de lus zoals deze van de actieve officieren.

Op te merken valt ook dat alleen de onderofficieren en matrozen het kenteken « Belgium » op de schouder van het uniform mogen dragen.

Het totaal aantal  Belgische officieren vrijwilligers bij de Royal Navy (15 % van het totaal aantal vrijwilligers) is groter dan de behoeften bij de RNSB; een zestigtal worden daarom aangeduid voor andere eenheden dan deze van de Section Belge, op permanente basis of in roulatie. Dit is ook het geval voor sommige andere zeelui. Zo zien we bijvoorbeeld volgende aanduidingen van officieren :

7 op de escorteurs-vegers

1 op een destroyer

19 bij de loodsdienst

5 op korvetten en kotters

1 bij de marine-luchtvaart

12 in de havendiensten

2 op de ontsche-pingseenheden

3 op onderzeeërs

5 bij de inlichtingen-dienst

1 op de opgeëiste mailboten

1 op een kruiser

Deze officieren worden ingezet in het Kanaal, langs de kusten van het Verenigd Koninkrijk, op de Atlantische Oceaan en in de Middellandse zee onder meer voor patrouille-operaties, konvooibegeleiding, ontmijning, en de ontschepingen in het Zuiden van Europa en in Normandië.

Het merendeel van de kadetten van het schoolschip « Mercator » , dat zich bij het begin van het conflict in Congo bevindt, vervoegen eveneens in die periode Engeland om in dienst treden bij de RNSB.

 

 

© 2016 marine-mra-klm.be