Kriegsmarine - bezetting van de kust    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Vanaf de capitulatie wordt de bezetting in België gekenmerkt door de voorbereidingen van de operatie « Seelöwe » (zeeleeuw) – het Duitse plan voor de ontscheping in Groot-Brittannië (uitgesteld tot eind 1940 en definitief geschrapt in 1943) – en door de mijnenoorlog.

 

Tijdens de jaren 1940 en 1941 worden drie Belgische kusthavens, onder het toezicht van het Seeko Flandern (maritiem commando van Vlaanderen), commanderijen (Hafenkommandant): eerst Zeebrugge/Blankenberge, dan Oostende en tenslotte Nieuwpoort. De Kriegsmarine richt ook stapelplaatsen in waarvan de belangrijkste zich bevindt in Oostende (Marineversorgungsstelle) en de tweede te Nieuwpoort. De stad Oostende krijgt eveneens de administratieve dienst voor de oorlogsmarine (Marineausrüstungssstelle : de administratie voor het budget, het personeel en de bevoorrading van de eenheden).

In december 1941 komt het maritiem commando van Vlaanderen door een herstructuring onder het bevel van het Seeko Pas-de-Calais. Dit nieuw maritiem commando controleert een territorium dat zich uitstrekt van de Somme tot aan de Nederlandse grens. In 1943 wordt de sector Zeebrugge/Brugge aan Admiral Niederland gehecht.

De haven van Antwerpen en de Schelde vallen onder het bevel van de Admiraal, commandant van Nederlandse kust (Admiral Niederland). De vorming van de bemanningen voor de eenheden van de Admiral der Nordsee (Admiraal van de Noordzee) wordt gegeven in het kamp van Beverlo en in Helchteren, tussen 1943 en 1944.

Tijdens het conflict worden verschillende flottieljes gestationneerd in de havens van Brugge en Oostende : de 36. Minensuchflottille (flottielje mijnenvegers) te Oostende ; de 18. Vorpostenflottille (flottielje patrouilleurs) te Brugge ; de 8. Räumbootsflottille (flottielje vegervedettes) te Brugge ; de 2.en 8. Schnellbootsflottillen (flottielje snelle vedettes) te Oostende. 

 

Buiten de varende eenheden installeert de Kriegsmarine te Brugge, in 1942, de Marinepeilabteilung Flandern (goniometrische dienst van de Marine in Vlaaanderen). Deze eenheid controleert een sector gaande van Den Helder (Nederland) tot Etretat (Frankrijk) met als oprdracht het opsporen en decoderen van de verbindingen van de geallieerde zeestrijdkrachten. Omwille van hun belangrijkheid zullen deze installaties worden gebombardeerd door de geallieerde luchtmacht één week voor de ontscheping in Normandië.

Het Belgisch deel van de « Atlantikwall » wordt bij de ontscheping verdedigd door de Marine-Artillerie-Abteilung (MAA) 203 tussen Blankenberge en Vlissingen en door de MAA 204 tussen Oostende en Duinkerken. In september 1944 rukken de Canadese troepen op vanaf de Côte d'Albâtre om de havens te veroveren en er de Duitse troepen te vernietigen. Tijdens deze opmars worden de marineartillerie-eenheden op onze kust ontbonden en vervoegen ze de eenheden van de landmacht (Wehrmacht) die zich terugtrekt naar Nederland.

© 2016 marine-mra-klm.be