Koninklijke roeiboot    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

De koninklijke roeiboot van Zijne Majesteit Koning Leopold I

 

De uitgesneden versierselen van de koninklijke sloep van Z.M. Koning Leopold I (1790 – 1865), tentoongesteld in de Historische Zaal van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, zijn om meer dan één reden uitzonderlijk. Jammer genoeg zijn er maar weinig archiefstukken om met zekerheid de geschiedenis van dit vaartuig te beschrijven.

Het is in de 19de eeuw nog traditie dat een Staatshoofd bij een officieel bezoek van een havenstad, gebruik maakt van een ceremoniële roeiboot. Daarom beslist onze regering, op aanraden van de Koning, bij de werven van Lecarpentier te Antwerpen, een paradeboot te laten bouwen met een lengte van twaalf meter, drie meter breed en een meter zestig diepgang. Eigendom van het departement van de Marine[1], met name de loodsdienst, wordt het uitgerust met veertien roeiers in paar.

Het dagblad van Antwerpen geeft, in zijn uitgave van 15 juli 1835, er volgende beschrijving van: “dit vaartuig is 12 meter lang, en wit geschilderd. De boeg wordt versierd door een Vermaardheid met ontvouwde vleugels, in verguld goud. De boorden aan de buitenkant zijn versierd met een slinger van vergulde laurierbladen en hoornen van overvloed, op een amarante achtergrond. Op het achterschip bevindt zich een weelderige tent van rode zijde, op de hoeken versierd met vergulde bronzen leeuwen; zij wordt overdekt door een gestreept hemeldoek, verdubbeld met rode zijde en met een vergulde kroon op de top”  Kort daarna prijst het dagblad “Courrier de la Meuse” van zijn kant de elegantie van de romp en de snelheid van het bootje. Volgens de geraadpleegde archieven zou de romp het model hebben van wat gebruikelijk was op de Antwerpse werven[2].

Na de tewaterlating in juli 1835, brengt de koninklijke roeiboot voor de eerste maal het koninklijk paar van Brussel naar Antwerpen, langs de Rupel, om er onze militaire vloot te schouwen.

Nadien gebruikt Leopold de koninklijke boot tijdens zijn verschillende verplaatsingen, te Antwerpen, te Gent en te Oostende. Noteren we eveneens dat het, op 10 juli 1862, de prins Louis de Hesse (1837 -1892) - latere Louis IV, Groothertog van Hesse – en zijn echtgenote, prinses Alice (1843 – 1878), jongste dochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk, ter gelegenheid van hun huwelijksreis aan boord van het Engels koninklijke jacht “Victoria and Albert”, naar de kade brengt.

Op 2 augustus 1888, wordt de boot van de Koning, op vraag van het Ministerie van de Spoorwegen, de Post en Telegrafie[3], toevertrouwd aan de compagnie pontonniers van de artillerie, gelegerd te Antwerpen. Opgeslagen in de loods 11 – 12, verzekert de wacht van de Sint-Bernardspoort de bewaking ervan.

Maar op zekere dag, stelt men vast dat stropers begonnen zijn met het afbouwen van de hangar die de koninklijke roeiboot beschermt tegen het slechte weer. Daarom wordt hij overgebracht naar het Hoofd van Vlaanderen, bij de compagnie pontonniers van de genie.

Op zondag 5 november 1899 komt de driemaster bark “Belgica” terug te Antwerpen. De koninklijke roeiboot gaat Adrien de Gerlache (1866 – 1934) ophalen alsook zijn tweede, Georges Lecointe, om ze aan boord te brengen van de postboot “Princesse Clementine” waar de officiële instanties van de regering en hun naaste familie hen opwacht.

We weten dat de boot nog bestaat in 1910 bij de pontonniers, waar men ook de koninklijke vlag met de wapens van Leopold  bewaard. Deze koninklijke vlag werd bepaald door het Koninklijk Besluit van 15 juni 1858. Zij wordt vooraan het schip gehesen waar de vorst aan boord is, terwijl de nationale vlag achteraan wordt gevoerd.

Vandaag maken de koninklijke vlag (inv. n° 506271), het niet uitgesneden model van de koninklijke roeiboot met 7 roeibanken (inv.n) 605189), de achterspiegel met de kroon omringd met eikenloof en laurier (inv.n° 503007 t 503011) en de kroon omringd door een eikentak en lauriertak (licht geplooid) (inv. n° 503012) deel uit van de verzameling van het Museum. De tekening in Chinese inkt, uitgevoerd op vraag van de scheepswerf, wordt bewaard in het koninklijk paleis van Brussel.

 

 



[1] Het regentsbesluit van 5 maart 1831 hevelt de Koninklijke Marine over naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken

[2] Reeds in 1803 en daarna in de lente van 1810 wordt, ter gelegenheid van het bezoek van keizer Napoleon I en keizerin Marie-Louise te Antwerpen, een roeiboot gebouwd in minder dan één maand tijd door het arsenaal van Antwerpen. De ingenieur Guillemard levert de plannen, terwijl meester Théau, uit Granville, de bouw superviseert. De decoratieve sculpturen worden toevertrouwd aan een Antwerpse kunstenaar, Van Petersen. De keizerlijke roeiboot van Antwerpen wordt tentoongesteld in het Nationaal museum van de Marine, het paleis van Chaillot, te Parijs, sedert 1945 (Napoleon en de zee – een keizerlijke droom, onder toezicht van Jean-Michel Humbert en Bruno Ponsonnet, uitgave Seuil/Musée nationalde la Marine 2004, blz 204)

[3] De Koninklijke Marine werd opgeheven op 11 april 1862 ; de mailboten en andere navigatiemiddelen komen dan in dienst van het Ministerie van de Spoorwegen en de P.T.T..

© 2016 marine-mra-klm.be