Koninklijke Marine - WO I    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Na haar oprichting stuitte de Koninklijke Marine snel op heel wat weerstand. In 1842 al gingen de eerste stemmen op voor de opheffing van de Belgische Marine. Wegens te hoge kosten werd de vloot in 1844 teruggebracht van vijftien naar vijf eenheden. In 1849 nam men ook het paradepaardje, Duc De Brabant, uit de vaart. De niet aflatende tegenstand noopte de minister van Buitenlandse Zaken, Charles Rogier (1800-1885 ), ertoe de Marine-afdeling af te schaffen.

 

Op 11 april 1862 hield de Koninklijke Marine officieel op te bestaan. Niet volledig echter want op diezelfde dag nog werd de Staatsmarine in het leven geroepen. Deze namen de taken inzake visserijwacht en koloniale prospectie over. Tot in 1876 zouden deze schepen bovendien de oorlogsvlam dragen, hetgeen normaal alleen de oorlogsbodems van de Koninklijke Marine mogen.

 

Door kortstondige oorlogsdreigingen rond 1870 en 1901 ondernam BelgiŽ schuchtere pogingen om een nieuwe Marine op te richten. Deze bleken echter ontoereikend om echt als afschrikkingsmiddel te dienen. Ze kenden dan ook slechts een kortstondig bestaan. Ondanks de nakende Eerste Wereldoorlog slaagde BelgiŽ er enkel in een Dienst voor Kust-en Rivierverdediging te installeren in 1910.  Het Belgische leger bleek weinig tot niet voorbereid op de Ďmaritieme Groote Oorlogí. In de loop van de strijd zullen verschillende inderhaast opgerichte diensten hieraan proberen te verhelpen. Na het zwijgen van de kanonnen zou ook deze Belgische Marine echter opnieuw geen lang leven beschoren zijn. De afschaffing van het Korps van Torpedisten en Zeelui zal BelgiŽ opnieuw zonder militaire Marine achterlaten.
© 2016 marine-mra-klm.be