Koninklijke Marine    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Tijdens zijn verblijf in Engeland is Leopold I bewust geworden van de rol die een militaire marine kan spelen ter ondersteuning van de handelsvloot van de jonge Staat BelgiŽ.

Tot het vredesverdrag van 1839 wordt het behoud van een militair flottielje van kanonneerboten en brigantijnen verrechtvaardigd door de Nederlandse druk op de toegang tot de Schelde. De opgerichte Koninklijke Marine telt weldra 500 zeelui. Vanaf 1834 worden opgeleide bemanningen ingescheept op de zeilschepen van de koopvaardij, op zoek naar handelsmissies voor de nationale industrie, die geen toegang krijgt tot Insulinde (Nederlandse bezittingen in InonesiŽ).

De kleine Koninklijke Marine wordt versterkt met een schoener, de Louise-Marie, in 1840 en een oorlogsbrik, de Duc de Brabant, in 1844. Deze twee goed bewapende schepen ondersteunen de pogingen voor het oprichten van kolonies. De geoefende officieren van de Koninklijke Marine vormen ook het kader voor de pakketboten voor de kanaaldienst,en dit vanaf de opening van de lijn Oostende-Dover in 1845.

Midden XIXde eeuw zijn velen van oordeel dat de Koninklijke Marine, met haar zeilschepen in hout, voorbijgestreefd en nutteloos is. Het welslagen van een aanvaarde neutraliteitspolitiek, de algemene desinteresse voor een koloniale uitbreiding en de budgettaire beperkingen betekenen het einde van de militaire marine in 1862. De Staatsmarine wordt opgericht; zij neemt de burgertaken van de Koninklijke Marine over.

© 2016 marine-mra-klm.be