Koninklijk jacht    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

In de 19de eeuw is het gebruikelijk dat koninklijke families hun blijde intredes doen, de vloot schouwen en maritieme mondaine gebeurtenissen in de havensteden bijwonen vanaf een luxejacht of een ceremonievaartuig.

Het jacht van Z.M. Koning Leopold I wordt te water gelaten op 12 juli 1835 op de scheerpswerven Lecarpentier. Twee dagen later dient het om het koninklijk paar via de rivier Rupel naar Antwerpen te brengen. Nadien wordt het ook nog ingezet te Gent en in Oostende. Onder de regering van Koning Leopold II wordt het jacht weer gebruikt ter gelegenheid van de terugkeer in Antwerpen, in november 1899, van de expeditie van Adrien de Gerlache in Antarctica. Het verdwijnt dan in een opslagplaats tot men het in 1910 terugvindt bij de Compagnie Geniepontonniers, ontdaan van zijn versieringen.

Koning Leopold II, lerend uit de ervaring van zijn vader, stelt onophoudelijk alles in het werk om België met een marine uit te rusten. Hij zorgt voor de welvaart van onze koopvaardij en onze maritieme compagnies.

Vanaf 1898 tot zijn overlijden in december 1909, huurt Koning Leopold II een stoomjacht, de « Alberta ». Dit voor die tijd zeer elegant schip met een schoorsteen, twee masten en een prachtige meubilair, is zeer confortabel. Onze vorst maakt vele kruisvaarten vooral in het hoge noorden waar hij graag heenreist.

Gedurende de ganse periode vaart het koninklijk jacht « Alberta » onder de vlag van de Royal Navy, de « White Ensign ». Het is immers omdat hij lid is van de prestigieuse jachtclub “Royal Yacht Squadron » dat Koning Leopold II de toelating heeft deze vlag te voeren. Op te merken valt ook dat onze Koning, omdat hij passioneel houdt van alles wat betreft de zee en de marine, de graad van “Admiral” krijgt in de Keizerlijke Duitse marine.

De Koningen Albert I en Leopold III stellen steeds een levende belangstelling in de maritieme navigatie en steunen voortdurend de inspanningen van degenen die de belangen ervan promoten.

Zo behaalt Koning Albert I (toen hij nog prins van België was), bij verschillende regatta in Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland en ook België, talrijke prijzen en medailles met zijn zeilschip « Flandria ». Te Kiel behaalt hij, ter gelegenheid van de Kieler Woche, de ereprijs voorbehouden aan de snelste buitenlandse jachten.

In 1939 wordt, tijdens de bouw van het visserijwachtschip « Artevelde », een koninklijk appartement op het tussendek van het schip voorzien. Deze ruimte wordt speciaal ingericht om de Vorst en zijn familie te ontvangen. Het is voorzien van een zeer ruim receptiesalon, een groot bureau, een slaapkamer en een badkamer. Tengevolge van de inval in ons land in mei 1940, wordt het schip ongelukkig genoeg aangeslagen door de Duitsers en eeen beetje later in dienst gesteld bij de Kriegsmarine voor de rest van de oorlog. Na de vijandelijkheden wordt het gerecupereerd en dient het nog enige jaren als stilliggend schip in de schoot van de Zeemacht.

Gedurende zijn regeringsperiode beschikt Koning Boudewijn over een privaat jacht, ten anker op de zuidkust van Spanje. Het schip werd door Koningin Fabiola gedoopt onder de naam “Avila”. Soms onderneemt het koninklijk paar een uitstap naar Marokko of ontvangt het genodigden aan boord. Na het overlijden van Koning Boudewijn beslist de Koningin in 1996 het koninklijk jacht “Avila” te schenken aan het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.

© 2016 marine-mra-klm.be