J.E. Van Haverbeke (1812 - 1907)    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

De jonge Van Haverbeke begint zijn maritieme loopbaan vanaf 1826 bij de koopvaardij en treedt als aspirant 2de klasse toe tot de Koninklijke Marine op 20 augustus 1832; hij scheept in op een kanonneerboot en wordt datzelfde jaar aspirant 1ste klas. In juni 1840 wordt Van Haverbeke aangesteld tot tweede in bevel op de schoener Louise-Marie. De opdracht van het schip bestaat uit het beschermen van onze vissers bij de Shetland- en Feroë-eilanden. Benoemd tot luitenant-ter-zee 2de klasse in juli 1943, krijgt Van Haverbeke het bevel over de kanonneerboot n°7. In december 1845 wordt hij opnieuw tweede maar nu aan boord van de brik Duc de Brabant die op zijn beurt onze vissers begeleid voor de kusten van de IJslandse zee. Op 3 maart 1847 krijgt hij het bevel van de schoener Louise-Marie die op 17 december vertrekt naar de westkust van Afrika en de Rio Nuńez (Guinee – Bissau), om er een verdrag te sluiten met Lamina, opperhoofd van de Nalous, bereid om aan onze vorst de twee oevers van de Rio Nuńez, van Rapass tot Victoria, af te staan. Hij keert terug op 14 mei 1848 om in december opnieuw zee te kiezen, bestemming Rio Nuńez. Tijdens deze reis gebeurt het "voorval van Debokké" : bij zijn aankomst stuit hij op de tegenstand van Mayoré, rivaal van Lamina en hij is verplicht Debokké aan te vallen en er, na een artillerievuur, te ontschepen. Wanneer hij van zijn avontuur terugkeert in juni 1849 wordt hij, vanaf juli, in reserve geplaatst en kapitein-luitenant ter zee benoemd op 8 augustus van hetzelfde jaar. In juli 1855 wordt Van Haverbeke benoemd tot lid van de commissie belast met de studie van de vraagstukken omtrent de militaire marine; de graaf van Vlaanderen is er erevoorzitter van. In 1870, tijdens de Frans-Duitse oorlog, wordt hij ten militaire titel belast met de hogere directie van de diensten van de Marine voor Antwerpen en de Schelde. Van Haverbeke wordt in december 1876 benoemd tot algemeen inspecteur van de Marine (burgerfunctie). In september 1877 zit hij het permanent comité van de Marine voor. Hij gaat met rust op 2 januari 1879, na een diensttijd van 60 ans, 6 maand en 28 dagen in de Marine.

© 2016 marine-mra-klm.be