Werf :  Harlard & Wolff, Belfast

Bouworder : 08 april 1940

Kiellegging : 17 december 1940

Tewaterlating : 10 april 1941

Indienststelling : 23 april 1942

Lengte : 62,48 m

Breedte : 10,05 m

Diepgang vooraan : 3,65 m

Diepgang achteraan : 5,18 m

Waterverplaatsing : 940 ton (standaard) - 1170 ton (volle lading)

Motoren :

2 ketels Admirality leveren 2.750 PK - 1 schroef

Snelheid max. : 16 knopen

2900 nautische mijl (4666 Km) aan 15 knopen

4000 nautische mijl (6436 Km) aan 12 knopen

Bewapening :

1 kanon 4 inch (10,16 cm) Mark V QEG (100 r.p.g.);

1 kanon AA « Pom Pom » Vickers van 42 mm;

6 kanonnen AA Oerlikon 20 mm;

2 Depth Charge Traps;

4 Mark IV Depth Charge throwers;

1 meerloops mortier van het type « Hedgehog ».

Bemanning : 80 man

Detectie :

1 Asdic model 123

1 radar model 271

 

Historiek :

 

 

 

 

 

 

Gebouwd door de werven Harland & Wolff Ltd, te Belfast (Noord-Ierland), wordt het korvet K193 HMS Buttercup te water gelaten op 10 april 1941. Maar hetis pas op 23 april 1942 dat wordt in dienst gesteld en overgedragen wordt door de Royal Navy aan de Royal Navy Section Belge;  het wordt aangeduid voor de Western Approches voor het begeleiden van de konvooien in de Atlantische Oceaan. Na een trainingsperiode te Tobermory vervoegt het schip voor zijn eerste patrouille op 23 mei 1942 het snelle konvooi ON 94 (Liverpool - New York). Tot eind 1942 blijft HMS Buttercup behorent tot de escortegroep B-5 die de verdediging waarneemt van de konvooien tussen Guantanamo te New-York en Trinidad te Key West. Van december 1942 tot 1944, krijgt de escortegroep B-5, onderhet bevel van Cdr RN Richard C. Boyle, DSC, de opdracht de konvooien in de Noord-Atlantische Oceaan te beschermen. Op 6 juni 1944, D-Day, verzkert het korvet K193 HMS Buttercup de luchtdekking van het konvooi ETC2Y (van de Theems naar Frankrijk) en de schepen die bombarderen in de Britse sectoren (Juno - Gold - Sword).Nadien beschermt het de konvooien naar Normandië en voert het patrouilleopdrachten uit in het Kanaal tot eind oktober 1944. Terug te Liverpool wordt het korvet HMS Buttercup , na een droogdok en herstelling, uitgeleend aan de Koninklijke Noorse Marine op 20 december 1944 ter vervanging van de HNoMS Tunsberg, tot aan het einde van de oorlog. Op 13 mei 1945 meert het korvet af in Oslo (Noorwegen). In 1946 wordt het overgekocht door de Noorse regering en op 10 augustus 1946 wordt het omgedoopt tot Nordkyn en geclassifieerd als fregat. In 1956 wordt het fregat Nordkyn verkocht aan de maatschappij « Thor Dahl Whaling Company ». Het schip wordt omgebouwd tot walvisjager en herdoopt in Thoris. Vanaf dan hebben we geen informatie meer over de geschiedenis van het schip; we weten alleen dat het verschroot werd in 1970.

Uiteindelijk zal het korvet HMS Buttercup  34 konvooien begeleiden waarvan achttien over de Atlantische Oceaan en neemt het deel aan twee ontschepingen :

-         Begin oktober 1943 (operatie Alacrity); Portugal vervoegt het kamp van de geallieerden en staat deze toe maritieme en luchtmachtbasissen te installeren op de Azoren waardoor het meesterschap van de Geallieerden in het midden van de Atlantische Oceaan duidelijk wordt verbeterd. 

-        Op 6 juni 1944 "operatie Neptune - Overlord".

 

Bevelhebbers :

Lt. Cdr. RNR J.C. DAWSON : van 15/01/1942 tot 23/03/1943

Lt. RNR R. JONCKHEERE : van 23/03/1943 tot 02/04/1944

Lt. Cdr. RNR J. HUNTER, DSC : van 02/04/1944 tot 02/09/1944

Lt. RNR W. LIBERT : van 02/09/1944 tot 20/12/1944

Noorse bevelhebbers :

Lt.Cdr. Leif Rosenvold LUND van 20/12/1944 tot 01/03/1945

Cdr. Per SCOTT-HANSEN van 01/03/1945 tot 30/05/1945             

HMS Buttercup (K193)