Eerste Wereldoorlog    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Bij de Duitse inval in BelgiŽ op 4 augustus 1914 trachten de Belgische kanonneerboten van de Dienst voor Kust- en Rivierverdediging aan de opmars van de vijand te ontkomen. In hun poging  om Oostende te bereiken voeren ze de Schelde af waar het neutrale Nederland hen de doorgang ontzegt. De schepen worden aan de ketting gelegd en de bemanning wordt opgesloten in Rotterdam.

 

De generale staf van het Belgische leger te Calais blijft echter niet bij de pakken zitten. Op 13 oktober 1914 richt het de Dienst van drijvende Eenheden op. Met behulp van Belgische gecamoufleerde mailboten worden tussen oktober 1914 en maart 1915 ongeveer 36.000 vluchtelingen en 22.000 gewonden naar Groot-BrittanniŽ gebracht. De geallieerden charteren ook de handelsvloot voor de bevoorrading naar Franse of neutrale havens en Belgische vissersschepen dragen bij aan het mijnenjagen en de konvooibegeleiding langs de kust.

 

Het aanhoudend conflict verplicht het belgisch leger tot de oprichting van een bemanningsdepot dat tegen 1918 een 800 man sterk contingent telt. Deze zeelieden worden afgedeeld bij de koopvaardij, de visserij, de mailboten, de Franse Nationale Marine en zelfs in de Royal Navy. De Noordzee vormt immers een tweede front waar onderzeeŽrs en mijnen dagelijks slachtoffers maken. In mei 1917 ziet men zich ook genoodzaakt een Dienst voor transport over binnenwateren te installeren. Deze weinig bekende dienst bestaat uit 16 stoomslepers en 150 aken die via het kanalensysteem achter het IJzerfront munitie aanbrengen en gewonden afvoeren.

© 2016 marine-mra-klm.be