De staatsvloot    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

Wanneer de oorlog uitbreekt in 1914 beschikt de Administratie van de Marine over 10 mailboten, waarvan 5 met schoepen : Princesse Clémentine, Marie-Henriette, Léopold II, Rapide, Princesse Henriett . Samen met de turbinepakketboten, de Stad Antwerpen, Ville de Liège, Jan Breydel, Pieter de Coninck en Princesse Elisabeth, worden ze gebruikt door de Belgische regering voor het wegvoeren van de koninklijke familie, het diplomatieke korps, de regering en duizenden gewonden en vluchtelingen naar Engeland en Frankrijk. Ook de goudreserves van de Nationale bank worden zo overgebracht.

Gedurende de slag aan de IJzer worden 13.500 gewonden vervoerd door onze maalboten naar Cherbourg, om de hospitalen van Duinkerken en Calais te ontlasten. Bij hun terugkeer laden de schepen in Le Havre munitie, bestemd voor Calais van waaruit ze nadien, via de kanalen, naar het IJzerfront wordt verstuurd.

Het Belgische leger beslist een marinebasis op te richten te Calais vanaf oktober 1914. Ze wordt onder het bevel geplaatst van Majoor Cornellie, oud-officier van de mailboten. Tot in maart 1915 brengt hij meer dan 22.000 gewonden over naar Engeland op vier Engelse schepen en drie Belgische mailboten : de Rapide, Léopold II en Princesse Clémentine.

Op 15 april 1915 beslist de Britse regering eveneens een basis te Calais op te richten. Daarom moet majoor Cornellie overgaan tot een herstructurering van de vloot die hij ter beschikking heeft en hij houdt alleen de Général Leman, de Ville de Liège (apotheek), de Jan Breydel, Paris en Ella (hospitaalschepen), de A. Deppe en Euphrate (levensmiddelen), en de Emilie Galline (hospitaaldepot van de Koningin en de Rijkswacht) over.

In augustus 1915 stelt de Administratie van de Marine, tot het einde van de oorlog, de mailboten van de lijn Oostende-Dover ter beschikking van de Britse regering. Deze vormt onze schepen met turbines om in hospitaalschepen ten dienste van het Rode Kruis en deze met schoepen worden gebruikt voor het troepentransport. Ondanks de mijnen en de drijvende netten met springstof steken ze meer dan 4.000 keer het Kanaal waarbij ze ongeveer twee miljoen Engelse en Amerikaanse soldaten naar het front brengen en meer dan 500.000 gewonden afvoeren.

Geen enkele mailboot gaat door de oorlog verloren. Alleen de Marie-Henriette haalt het einde niet : Het schip gaat naar open zee, ter hoogte van Pointe de Barfleur, op 14 oktober 1914 gezien de vuurtoren (vrijwiliig) werd verduisterd. Er vielen geen slachtoffers en alle gewonden van het front die aan boord waren, werden opgevangen door Franse torpedojagers uit Cherbourg.

© 2016 marine-mra-klm.be