De slag van de Atlantische Oceaan    
 
Welkom
 
Presentatie
 
Geschiedenis van de Marine
 
Marinezaal
 
Documentatiecentrum Marine

De oorlog op zee, die al in september 1939 begon, neemt snel uitbreiding na de bezetting van de havens in Noorwegen en Frankrijk. Duizenden zeelui verliezen hierdoor het leven vooraleer België wordt binnengevallen op 10 mei 1940.

Het gevecht dat door Engeland wordt gevoerd tegen de Duitse onderzeeërs die het van alle bevoorrading en versterking vanuit de kolonies en vooral vanuit Amerika willen ontzeggen, wordt de «Slag van de Atlantische Oceaan» genoemd. Duitsland beschikt slecht over een zwakke oppervlaktevloot en rekent dus vooral op zijn onderzeeërs en mijnen (360.000 mijnen worden door de oorlogvoerenden in de Noordzee gelegd). De transportschepen zijn het slachtoffer en de verliezen zijn groot. Op dat ogenblik denkt Duitsland echt dat het Engeland kan versmachten.

Om zijn transportschepen te beschermen brengt de Royal Navy ze vanaf 4 september samen in konvooien, begeleid door oorlogsschepen. De Britten kunnen rekenen op de hulp van talrijke zeelui en schepen uit de gebieden bezet door Duitsland (waaronder vele Belgen), maar ook uit de landen van het Commonwealth en de Verenigde Staten. Het aantal escorteurs, nog duidelijk onvoldoende in 1939, wordt voortdurend groter dank zij diverse bouwprogramma’s.

Daardoor kan worden gesteld dat de slag om de Atlantische Oceaan dus voor de geallieerden bestaat uit het tot zinken brengen van een maximaal aantal Duitse onderzeeërs en het bouwen van meer transportschepen dan hetgeen deze laatsten tot zinken brengen en om alzo de nodige troepen en het nodige materieel voor de eindoverwinning over te brengen naar de Britse eilanden.

Dank zij de toename van het aantal escorteschepen, ondersteund door de inzet van vliegdekschepen, door de deelname van de VSA aan de oorlog vanaf 1941, dank zij de zowel technische (sonar, radar, HF/DF, onderzeebootwapens…) als strategische (de bezetting van IJsland…) en tactische (aantal escorteurs, samenstellen van « hunter-killer »-groepen, betere onderzeebootbestrijdingsmethodes…) verbeteringen, door de mogelijkheid de geheime codes van de Kriegsmarine te kunnen lezen, en later, door de luchtbescherming met de vliegtuigen van het Coastal Command, wonnen de geallieerden vanaf 1943 de slag die zo belangrijk was voor de afloop van de Tweede Wereldoorlog.

In totaal gingen 5.150 schepen, waaronder 78 Belgische, verloren (met een bruto tonnenmaat van 21.570.720 ton); 45.000 zeelui lieten het leven. 9.000 konvooien met 35 miljoen ton versterkingen en bevoorrading bereikten de Britse havens. Meer dan 70% van de Duitse onderzeebootbemanningen vergingen. 

© 2016 marine-mra-klm.be